Darts Regels

Darts Regels & Puntentelling: Complete Gids voor 301 & 501

Of je nu net begint of al een tijdje darts speelt: de puntentelling kan verwarrend zijn. Wat is precies een bust? Moet je altijd op een double eindigen? En hoe bereken je je gemiddelde? In deze gids leggen we alle regels uit — met voorbeelden.

De basisregels van darts

Darts 301 en 501 zijn de twee meest gespeelde varianten ter wereld. De naam verwijst naar het startpunt: bij 301 begint elke speler met 301 punten; bij 501 met 501 punten. Alle overige regels zijn identiek.

Elke speler gooit per beurt drie pijlen. De behaalde score per pijl wordt opgeteld en van het totaal afgetrokken. De speler die als eerste exact op nul eindigt, wint de leg.

Bij competitie wordt doorgaans gespeeld in legs en sets. Een leg win je door als eerste nul te bereiken; een set win je door een vooraf bepaald aantal legs te winnen (bijvoorbeeld 3 of 5).

Hoe de puntentelling werkt

Een standaard dartsbord heeft 20 genummerde segmenten (1–20), een bullseye in het midden en dubbelringen aan de buitenkant. De scorewaarden zijn als volgt:

  • Enkel segment: de nominale waarde (1–20 punten)
  • Dubbel (buitenste smalle ring): 2× de nominale waarde
  • Triple / driedubbel (binnenste smalle ring): 3× de nominale waarde
  • Bull's eye (buitenste cirkel): 25 punten
  • Double Bull / Bullseye (binnenste cirkel): 50 punten — telt ook als double

De maximale score per beurt is 180 punten: drie keer triple 20 (T20 + T20 + T20 = 60 + 60 + 60). Dit wordt een '180' of 'maximum' genoemd en is de heilige graal van darts.

Rekenvoorbeeld

Speler A begint met 501 punten. Ronde 1: T20 (60) + 20 (20) + D10 (20) = 100 punten. Nieuw totaal: 501 − 100 = 401. Ronde 2: T20 (60) + T19 (57) + 12 (12) = 129 punten. Nieuw totaal: 401 − 129 = 272.

Double-out en de finishregel

De standaardregel bij professioneel darts is 'double-out': je laatste pijl moet op een double-vak of de bullseye (50) landen om het spel te winnen. Je moet daarvoor precies op een even getal staan dat deelbaar is door 2, of op 50 (bull).

Staat je restant op 32? Dan moet je D16 gooien. Restant 40? D20. Restant 50? Bullseye. De hoogste mogelijke checkout is 170: T20 + T20 + Bull.

Voorbeeld checkouts

  • 170: T20 + T20 + Bull
  • 121: T20 + T11 + D5 (of T17 + T10 + D5)
  • 60: 20 + 20 + D10
  • 40: D20
  • 32: D16

ScoreApp toont automatisch checkoutsuggesties zodra je restant 170 of lager is. Bekijk de volledige checkout tabel op onze tool-pagina.

Bust: wanneer je score vervalt

Een 'bust' treedt op in drie situaties:

  • Je score gaat onder nul (je gooit meer dan je restant)
  • Je eindigt op precies 1 (je kunt niet finishen op 1, want er is geen 'double 0.5')
  • Je eindigt op nul, maar niet via een double (bij double-out regels)

Bij een bust worden de drie pijlen van die beurt niet meegeteld. Je score keert terug naar wat het was aan het begin van die ronde. Je verliest effectief die beurt.

Bust voorbeeld

Restant: 36. Speler gooit 20, 10, 8 = 38. Dat is meer dan 36, dus bust. Restant blijft 36.

Restant: 36. Speler gooit 20 (20 over). Restant: 16. Gooit 8 (8 over). Restant: 8. Gooit single 8 = 0 bereikt, maar niet via double → bust. Restant terug naar 36.

Het 3-dart gemiddelde berekenen

Het 3-dart gemiddelde (of 'average') is de meest gebruikte maatstaf voor je prestatieniveau bij darts. Het wordt berekend als:

Gemiddelde = Totaal gescoorde punten ÷ Aantal ronden van 3 pijlen

Stel je speelt 501 en wint in 21 pijlen (7 ronden). Je gemiddelde is 501 ÷ 7 = 71,57 per 3 pijlen. Professionele spelers halen gemiddelden van 100+ per ronde; topspelers zitten op 110–115 of hoger.

Richtlijnen voor prestatieniveaus (501, double-out):

  • Beginner: 20–45 gemiddelde
  • Gevorderd: 45–70 gemiddelde
  • Semi-pro: 70–90 gemiddelde
  • Pro / competitieniveau: 90–110+ gemiddelde

ScoreApp berekent en toont je 3-dart gemiddelde automatisch per potje en slaat het op in je voortgangstracker.

Veelgemaakte scoringsfouten

  • Vergeten dat de triple-ring naast 20 de triple-1 kan zijn

    Het bord heeft een specifieke volgorde. Zorg dat je vertrouwd raakt met de ligging van de segmenten om verwarring te vermijden.

  • Niet controleren of je restant even is vóór de finishpoging

    Met een oneven restant kun je niet finishen op double. Stuur je score eerst naar een even getal (bijv. via een single) en dan naar de double.

  • Bust negeren en doorgaan

    Een bust is definitief voor die beurt. Je score moet altijd worden teruggedraaid naar het getal van vóór die ronde.

  • Het gemiddelde handmatig bijhouden

    Handmatig bijhouden leidt tot rekenfouten. Gebruik ScoreApp om je gemiddelde automatisch bij te houden.

Veelgestelde vragen

Hoe bereken je het 3-dart gemiddelde bij darts?

Het 3-dart gemiddelde is de gemiddelde score per ronde van drie pijlen. Je deelt het totaal aan gescoorde punten door het aantal ronden. Als je 501 uitspelt in 18 pijlen (6 ronden), is je gemiddelde 501/6 = 83,5 per 3 pijlen.

Wat is een 'bust' bij darts?

Een bust treedt op wanneer je score onder nul zou komen, of wanneer je op 1 of precies nul eindigt zonder double. Je score wordt teruggezet naar het begin van die beurt en je verliest je drie pijlen voor die ronde.

Moet je darts altijd afsluiten met een double?

Bij de standaard double-out regel wel. Dat betekent dat je laatste pijl op een double-vak (of de bullseye) moet landen om precies nul te bereiken. In sommige casual potjes wordt master-out of straight-out gespeeld.

Wat is het verschil tussen 301 en 501?

Het enige verschil is het startgetal. Bij 301 begin je met 301 punten en bij 501 met 501 punten. De regels zijn verder identiek. 301 is sneller geschikt voor korte potjes; 501 is het standaard competitieformat.

S

Geschreven door ScoreApp

Laatst bijgewerkt 9 maart 2026

Advertentie